miRNA’s uit voeding kunnen bijdragen aan gezondheid of ziekte
“Dietary Epigenetic Modulators: Unravelling the Still-Controversial Benefits of miRNAs in Nutrition and Disease”
Nutrients 2024;16(1):160
Wat zijn miRNA’s?
MicroRNA’s (miRNA’s) zijn zeer kleine stukjes RNA die genen kunnen aan- of uitzetten. Ze behoren tot de epigenetica: mechanismen die bepalen welke genen actief zijn zonder dat het DNA zelf verandert. Voeding blijkt een belangrijke bron van deze regulatoren te zijn. Sommige miRNA’s uit voeding kunnen de darm overleven, worden opgenomen in het lichaam en mogelijk invloed uitoefenen op menselijke cellen.
Deze voedingsgebonden miRNA’s worden ook wel xenomiRNA’s genoemd.
Hoofdboodschap van het artikel
De auteurs bespreken de mogelijkheid dat miRNA’s uit voeding kunnen bijdragen aan gezondheid of ziekte door invloed uit te oefenen op:
- ontstekingen
- oxidatieve stress
- immuunfunctie
- stofwisseling
- verouderingsprocessen
- kankerontwikkeling
- neurologische aandoeningen
Tegelijkertijd benadrukken zij dat dit onderzoeksgebied nog controversieel is. Er bestaat nog discussie over hoeveel voedings-miRNA’s daadwerkelijk in relevante hoeveelheden in het menselijk lichaam terechtkomen.
Voeding als bron van miRNA’s
1. Eieren
In kippeneieren zijn diverse miRNA’s aangetoond.
Onderzoek laat zien dat miRNA-bevattende exosomen uit eieren na inname kunnen worden opgenomen. In dierstudies werden effecten gezien op hersenen, darm en longen. Bij muizen werden verbeteringen in leer- en geheugenprocessen beschreven. Ook bij mensen stegen bepaalde circulerende miRNA’s na orale toediening van eierexosomen.

Mogelijke voordelen
- ondersteuning van hersenfunctie
- beïnvloeding van immuunregulatie
- invloed op darmgezondheid
2. Vlees
Vlees bevat eveneens verschillende miRNA’s.
Bij muizen leidde langdurige toediening van exosomen afkomstig uit varkensvlees tot veranderingen in glucose- en insulinemetabolisme en tot vetstapeling in de lever. Dit suggereert dat sommige vlees-afgeleide miRNA’s mogelijk een rol spelen bij metabole aandoeningen.
De auteurs benadrukken echter dat dit voornamelijk dieronderzoek betreft.
3. Melk
Melk blijkt een bijzonder rijke bron van miRNA’s te zijn. In koemelk zijn meer dan 600 verschillende miRNA’s gevonden. Deze bevinden zich vaak in exosomen, kleine vetachtige blaasjes die de miRNA’s beschermen tegen afbraak tijdens de spijsvertering.
Mogelijke gunstige effecten
Onderzoek suggereert dat melk-miRNA’s betrokken zijn bij:
- ontwikkeling van T- en B-lymfocyten
- regulatie van het immuunsysteem
- remming van ontstekingen
- herstel van darmweefsel
- wondgenezing
- angiogenese (vorming van nieuwe bloedvaten)
- bescherming tegen vaatziekten
Bij colitismodellen verminderden melkexosomen ontsteking, beschadiging van het darmslijmvlies en fibrose.
De keerzijde: mogelijke risico’s
Het artikel bespreekt ook mogelijke nadelige effecten.
Sommige melk-miRNA’s worden in verband gebracht met:
- obesitas
- insulineresistentie
- type 2 diabetes
- activatie van groeisignalen
- bepaalde vormen van kanker
Met name miR-21 en miR-148a worden genoemd vanwege hun mogelijke rol in:
- borstkanker
- prostaatkanker
- verstoring van insulinehuishouding
- stimulatie van celdeling
De auteurs benadrukken echter dat dit verbanden zijn die nog nader onderzocht moeten worden en geen bewijs vormen dat melk rechtstreeks kanker veroorzaakt.
Plantaardige voeding bevat ook miRNA’s
Ook groenten, fruit, granen en peulvruchten bevatten miRNA’s.
In experimentele studies zijn onder andere miRNA’s beschreven uit:
- rijst
- gember
- broccoli
- spinazie
- appels
- druiven
Deze zouden mogelijk invloed kunnen hebben op:
- ontstekingsprocessen
- darmbarrière
- cholesterolhuishouding
- cardiovasculaire gezondheid
- kankerprocessen
Voeding beïnvloedt ook onze eigen miRNA’s
Naast het aanleveren van miRNA’s kan voeding ook de productie van onze eigen miRNA’s beïnvloeden.
De auteurs beschrijven dat stoffen zoals:
- polyfenolen
- curcumine
- resveratrol
- EGCG uit groene thee
- vitamine D
- omega-3 vetzuren
de expressie van miRNA’s kunnen veranderen, waardoor ontstekingsremmende en mogelijk kankerremmende effecten ontstaan.
Klinische betekenis
Volgens de auteurs opent dit vakgebied interessante mogelijkheden voor:
Precision Nutrition (gepersonaliseerde voeding)
In de toekomst zou het mogelijk kunnen worden om:
- voedingsadviezen af te stemmen op het individuele miRNA-profiel;
- ziektegevoeligheid beter te voorspellen;
- chronische ziekten preventief te beïnvloeden;
- voeding in te zetten als epigenetisch therapeutisch instrument.
Beperkingen van het onderzoek
De auteurs zijn opvallend voorzichtig in hun conclusies.
Belangrijke problemen zijn:
- niet alle voedings-miRNA’s overleven de spijsvertering;
- opname verschilt sterk tussen personen;
- biologische beschikbaarheid is vaak laag;
- effecten bij mensen zijn nog onvoldoende onderzocht;
- veel gegevens komen uit dier- of celonderzoek;
- mogelijke bijwerkingen zijn grotendeels onbekend.
Conclusie
Dit artikel laat zien dat voeding waarschijnlijk veel meer doet dan alleen energie en voedingsstoffen leveren. Voedingsmiddelen bevatten ook biologisch actieve miRNA’s die mogelijk invloed hebben op genexpressie, ontsteking, immuunfunctie, stofwisseling en ziekteprocessen. Vooral melk, eieren, vlees en diverse plantaardige voedingsmiddelen blijken bronnen van deze moleculen te zijn.
Tegelijkertijd is het bewijs nog niet sterk genoeg om definitieve gezondheidsclaims te maken. De onderzoekers beschouwen voedings-miRNA’s als een veelbelovend maar nog onvoldoende begrepen onderdeel van de epigenetica. Toekomstig onderzoek moet uitwijzen welke miRNA’s werkelijk klinisch relevant zijn en hoe ze kunnen worden toegepast binnen gepersonaliseerde voeding en preventieve geneeskunde.
