Wijsvinger verraadt kans op prostaatkanker

Mannen met een wijsvinger die langer is dan hun ringvinger hebben een kleinere kans op prostaatkanker. Zij zijn in de baarmoeder aan minder testosteron blootgesteld. Deze resultaten kunnen helpen bij het selecteren van mensen voor preventief onderzoek.
 
Wetenschappers aan de Britse Warwick University en het Institute of Cancer Research (ICR) hebben aangetoond dat mannen wiens ringvinger langer is dan hun wijsvinger 50 procent meer kans op prostaatkanker hebben, dan mannen bij wie dat andersom is. De onderzoekers hebben  1500 rechterhanden onderzocht van mannen met prostaatkanker en 3000 rechterhanden van gezonde mannen.
 
De lengte van de vingers in verhouding tot elkaar verandert niet meer na de geboorte. Deze verhouding zou te maken hebben met hormonen in de baarmoeder. Wie voor de geboorte aan weinig testosteron is blootgesteld, ontwikkelt een langere wijsvinger en is beter beschermd tegen prostaatkanker. Dit komt doordat bepaalde genen zowel de lengte van de vingers bepalen, als de ontwikkeling van de geslachtsorganen.
“We kunnen de verhoudingen tussen vingers gebruiken als een eenvoudige testje op de kans prostaatkanker te krijgen,” zei Ros Eeles, één van de onderzoekers van het ICR, tegen Reuters.
Wie in het bezit is van een korte wijsvinger hoeft zich echter niet meteen zorgen te maken, volgens de onderzoekers. Meer dan de helft van alle mannen heeft dit en dat hoeft niet te betekenen dat deze mannen prostaatkanker krijgen.
Prostaatkanker is na longkanker de meestvoorkomende vorm van kanker bij mannen. Per jaar sterven er zo’n 254.000 mannen aan.
Eerder al is aangetoond dat de lengte van de vingers ten opzichte van elkaar in verband staat met onder meer hartaanvallen, agressie, vruchtbaarheid en zelfvertrouwen.

Reacties zijn gesloten.