Koper

Koper zorgt dat ijzer wordt vastgelegd in hemoglobine, de rode kleurstof in ons bloed, en speelt zodoende een rol bij het zuurstoftransport in het lichaam. Ook is koper betrokken bij de pigmentatie van huid en haar en bij bindweefsel- en botvorming. Tevens is koper een cofactor bij de omzetting van schildklierhormonen.

Goede bronnen:
lever, groene groenten, peulvruchten, noten, eieren, pruimen, okra, soja kiemen, spinazie, zonnebloem- pompoenpitten, sesamzaad, vis, schelpdieren, gist, champignons, slakken

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor volwassenen (22-50 jaar) is door de Gezondheidsraad vastgesteld op 1,5 – 3,5 mg. Zwangere vrouwen hebben extra koper nodig omdat tijdens de zwangerschap ongeveer 16 mg koper in de placenta en de foetus wordt vastgelegd. Ook vrouwen die borstvoeding geven hebben meer koper nodig om de hoeveelheid koper te compenseren die met de moedermelk het lichaam verlaat.

 

Tekenen van een mogelijk tekort:
Een kopertekort is bij de meeste mensen zeldzaam. Het risico op een tekort is groter bij pasgeboren kinderen, te vroeg geboren kinderen en kinderen die ondervoed zijn geweest. Symptomen die vaak voorkomen bij een tekort aan koper zijn bloedarmoede, vermindering van het afweersysteem en botafwijkingen, zoals osteoporose.

Comments are closed.