Melk (suiker), bonen (vooral de black-eye), tomaat en hazelnoot bevatten galactose. Zwarte bessen (black current seeds, Ribes Nigrum L.) bevatten naast galactose ook galactaan en arabinose. Ook fenegriekzaadjes bevatten galactose en mannose.
Galactose komt voor in borstvoeding en in zuivel waar het ontstaat uit de disacharide lactose.
Galactose speelt een belangrijke rol in wondgenezing. Tevens worden de volgende eigenschappen toegedicht aan galactose:
- Ondersteunt het bindweefsel in de huid.
- Verhoogt de calciumopname en bevordert opname van mineralen en vitamines.
- Verbetert het geheugen.
- Versterkt de darmflora (microflora).
- Remt schimmelhechting.
- Kan de aanhechting van de Helicobacter Pylori (de maagzweerbacterie) aan het maagslijmvlies remmen.
- Heeft een genezende werking op het slijmvlies.
- Verhoogt de weerstand tegen ongunstige bacteriën en schimmels.
- Versterkt de cellulaire communicatie.
- In dierstudies is gevonden dat galactose tumor groei remt en de verspreiding daarvan, voornamelijk naar de lever.
- Galactose kan bescherming bieden bij cataract (grijze staar)
- Het vermindert ontsteking.